Uit de praktijk

Somatische

Symptoom

Stoornis

Brechtje (35) ...

Conversie-stoornis

Margreet (46) ...

Bipolaire

stoornis

Ronald (24)...

We zien een kleine stoer geklede jonge vrouw, met een ondeugend lachje, die zich in het contact in alle bochten wringt om het de ander naar de zin te maken. Ze heeft een traumatisch verleden waarin zij zowel thuis als op school gepest is. Ze voelde zich daarin door niemand gezien. In het therapeutisch contact trekt zij zich snel terug, zie je haar spierspanning toenemen. Zij heeft van kinds af aan geleerd zich gedeisd te houden en de tol die zij hiervoor betaalt is eenzaamheid.

Na de bevalling van haar kind krijgt zij pijn in haar bekkengebied en benen. Deze klachten verergeren in het daarop volgende jaar, waardoor ze op haar werk uitvalt. In de psychotherapie staat ze voor het eerst stil bij hoe ze vastgelopen is. Samen met de PSF wordt ze zich bewust hoe intensief haar dagprogramma is en wat dit van haar lichaam vraagt.

In het bedrijf wordt zij gepest door haar collega’s en gekleineerd door haar baas. Thuis staat zij er in de zorg voor haar kind en het huishouden alleen voor. Haar partner is druk met werk en hobby’s en emotioneel niet beschikbaar. Met de hulp van de therapeuten komt zij tot de ontdekking dat wat er op haar werk en thuis gebeurt, een herhaling is van wat er in haar jeugd gebeurde.

Bij de PSF valt op dat mevrouw geen contact voelt met haar bekken en benen. Ze voelt ook niet dat zij een hoge spierspanning heeft en een oppervlakkige, snelle ademhaling. Wat zij wel voelt, is pijn.

In de gesprekken rationaliseert zij sterk en beleeft weinig. Ze hoopt op opdrachten en oplossingen van de therapeut. De PSF gebruikt aandachts-, grondings- en ademhalingsoefeningen. Doel hiervan is haar lichaam beter te voelen, zodat zij haar grenzen beter kan aangeven.

Brechtje ervaart ambivalentie tussen haar wens gezien te worden en haar angst voor afwijzing. In het therapeutisch proces maakt zij een verandering door van cognitief begrijpen naar belevend onderzoeken. Dit uit zich in het herinneren van dromen en beeldend vertellen. Ze voelt niet alleen pijn, maar wordt zich bewust van meer subtiele lichaamssignalen. Dit helpt haar emoties te ontdekken en daar woorden aan te geven. Ze ontspant steeds meer, waardoor ze beter door heeft wat in haar zelf en anderen gebeurd. Het contact wordt speelser en meer spontaan. Haar spierspanning kan zij nu beter reguleren, ze kan zich in contacten beter staande houden en ze geniet van haar authentieke speelsheid. 

Brechtje
 
Margreet
 
Margreet

Teruggetrokken in een rolstoel zien wij een 46-jarige vrouw die haar linkerbeen niet kan gebruiken. Op spannende momenten verliest ze het contact met zichzelf en de ander. Mevrouw heeft in haar jeugd traumatische ervaringen meegemaakt en thuis was men niet gewend om over gevoelens te praten. Daardoor heeft zij een beperkt emotioneel repertoire. Lichamelijk is mevrouw laag belastbaar, ze kan niet langer dan 1 uur met steun in de rug zitten. Haar linkerbeen lijkt ‘er niet meer bij te horen’. Prikkels en gevoelens ervaart zij snel als overweldigend. Emotionele overprikkeling gaat hand in hand met lichamelijke ontregeling en vice versa.

Gedurende de behandeling wordt mevrouw zich bij zowel de psychotherapeut als de psychosomatisch fysiotherapeut steeds meer bewust van haar fysieke en emotionele grenzen. Door fysiotherapeutische training met bewuste en milde aandacht wordt motorisch herstel ingezet. Het sensorische herstel blijft uit, totdat de psychotherapeut start met EMDR. Hierbij bouwt de spanning op, maar kan mevrouw ook aangeven wanneer te stoppen, zodat ze in het hier en nu blijft. Steeds als een deel van het trauma is bewerkt, komt er iets van het gevoel in haar been terug. Door bij de psychosomatisch fysiotherapeut bewust te oefenen met lopen eigent zij zich haar been weer toe. Uiteindelijk kan ze weer voelen dat haar been van haar is, net zoals de gevoelens van woede, rouw en angst, die ze eerst niet bij zichzelf kon thuisbrengen, maar nu kan verwoorden. Cliënte staat weer op eigen benen en in haar eigen kracht. 

 
Ronald

Ronald is een man van 24, die een behoedzame en angstige indruk maakt. Hij verbergt zijn ogen regelmatig achter zijn kapsel en als de spanning toeneemt, lukt het hem niet meer te spreken (conversieve uitval). Hij voelt zich dan machteloos, een gevoel dat ook voor de ander in de ruimte voelbaar is. Hij kent vanaf zijn puberteit een patroon van uitersten: hij kan nachtenlang doorwerken voor een deadline, maar is vervolgens zo moe dat hij somber wordt en nauwelijks iets kan ondernemen. Hij vindt de toppen prettig, maar de dalen vreselijk. In sessies met de pschosomatisch fysiotherapeut kan langzamerhand het angstniveau wat zakken en worden de uitersten uit zijn bipolaire dynamiek onderzocht. Hij komt er achter dat hij zal moeten werken aan het beheersen van zijn toppen om zijn dalen niet meer zo nodig te hebben. In de gesprekken met de psychotherapeut wordt de betekenis onderzocht van het ‘geen woorden hebben’. Er blijken traumatische ervaringen te zijn, die hij nog nooit heeft besproken. Door hier woorden voor te vinden, leert hij langzaamaan meer gevoelens te verdragen en groeit zijn zelfvertrouwen. Hij maakt meer contact met wie hij is en wat hij belangrijk vindt en kan zijn belastbaarheid opbouwen tot een zinvolle invulling die hij vol kan houden. Hiermee vindt hij de balans die hij eerder niet heeft kunnen opbouwen.